Wat is een Meervoudige Apporteerproeven (MAP)

Meervoudige Apporteerproeven (MAP) zijn niet-gestandaardiseerde proeven. Dus iedere MAP is weer anders en uitdagend. Wat wel standaard is, is het aantal apporten per proef en het aantal af te leggen proeven.

proef over hekje

Iedere MAP bestaat uit zes proeven waarbij de hond binnen een bepaalde tijd twee stukken koud wild moet apporteren en deelname is mogelijk op twee niveaus: B en A. Om deel te kunnen nemen aan een MAP-B moeten voorjager en hond voorafgaand aan de MAP tenminste tweemaal een SJP-B diploma hebben behaald, waarvan een met minimaal 68 punten moet zijn behaald. Om deel te kunnen nemen aan een MAP-A moeten voorjager en hond voorafgaand aan de MAP tenminste tweemaal een SJP-A diploma hebben behaald, waarvan een met minimaal 85 punten.

Die eis is er niet voor niets. De MAP zijn ontzettend populair en gelden tevens als een selectie voor de Nimrod. Hierdoor zijn er altijd meer inschrijvingen dan beschikbare plaatsen.

Tijdens een MAP kun je van alles verwachten, waterwerk, boswerk, hindernissen, obstakels… Er wordt een beroep op appel, samenwerking, doorzettingsvermogen, verstand en eigen initiatief van de hond gedaan.  Keurmeesters beoordelen vooral op de hoeveelheid commando’s, de wijze waarop de hond voorgejaagd wordt, de manier waarop  de hond werkt, de mate van steadyness en de omgang met het wild, zowel door de voorjager als door de hond. Het minimale aantal punten dat je voor een proef kunt krijgen is 55, het maximum is 100. Zowel voor een MAP-B als voor een MAP-A is het minimale aantal punten voor een MAP-diploma er een met 330 punten, het maximale aantal punten is 600.

map-b-voorkant

MAP-B diploma voorzijde

map-b-achterkant-jpeg

MAP-B diploma achterzijde

Op een MAP worden er zes B-proeven uitgeschreven en twee A-proeven, waarbij de A-honden vier van de zes B-proeven moeten afleggen en de twee A-proeven. De B-honden leggen uitsluitend de B-proeven af. Hoewel de proeven zelf nooit standaard zijn, bevat iedere MAP wel vaste en verplichte elementen. Er wordt altijd ergens waterwerk verricht, er wordt bij meerdere proeven geschoten, er moet een proef tussen zitten waar de steadyness van de hond beoordeeld wordt en in de A-proeven moet tenminste een dirigeerapport zitten en tenminste een apport van een verre loper, een sleepspoor zitten.

De uitdaging in een MAP zit hem altijd in het onverwachte: het terrein bepaalt als het ware de opzet van de proeven en dus is er slecht op te trainen, anders dan door gewoon zo veel mogelijk afwisseling in de training te brengen en daarnaast de hond uit te dagen met oefeningen die een beroep doen op zijn zelfoplossend vermogen.

Waar je wel rekening mee moet houden is het volgende: een MAP is een wedstrijd waar altijd het merendeel van de deelnemers afvalt. Het is vrij gebruikelijk dat slechts een kwart van de deelnemers ook daadwerkelijk met een MAP-diploma naar huis gaat, soms zijn dat er zelfs nog minder. Voordat je inschrijft is het dus zaak om je goed af te vragen of jij en je hond er eigenlijk wel klaar voor zijn. Een hond die net twee is en drie mooie SJP-B diploma’s op zak heeft is nog lang niet altijd klaar voor een MAP. De hond hoeft weliswaar nog niet op SJP-A-niveau te zijn, maar moet toch wel een zekere mate van appel hebben om je hand aan te nemen, zodat je hem een eind kunt wegsturen in de gewenste richting. Sommige honden zijn brutaal en kunnen zo’n MAP met geluk wel halen, maar je zou “geluk” niet als bepalende factor moeten willen hebben.

De reglementen voor de MAP zijn te vinden in het Algemeen Reglement Jachthondenproeven, ook wel bekend als het Rode Boekje, dit is als PDF te downloaden op de site van Orweja.

Tip: sla het Rode Boekje op in je smartphone!