Wat is een Working Test?

Hoewel de benamingen Working Test (WT) en Orweja Working Test (OWT) erg op elkaar lijken, gaat het toch om heel verschillende wedstrijden. Het zijn weliswaar alletwee wedstrijden waarbij honden niet gestandaardiseerde, meervoudige apporteerproeven moeten volbrengen, maar daar houdt de vergelijking verder mee op.

OWT vallen, zoals de naam al aangeeft onder de regelgeving van Orweja en de OWT worden op een andere wijze gekeurd. Verder wordt uitsluitend met dummy’s gewerkt, in tegenstelling tot op de WT waar op bepaalde proeven ook met koud wild kan worden gewerkt. Om deze reden wordt op een OWT nooit een sleepproef uitgeschreven, terwijl je op WT voor de A-honden bijna altijd een sleepproef wordt gehouden.

Het Orweja Working Test reglement, dat te downloaden is op de site van Orweja, beschrijft uitgebreid opzet en doelstelling van deze OWT.  Zo is het volgende daarin opgenomen: “Artikel II.1 Definitie: Een Orweja Working Test (OWT) is een wedstrijd die tot doel heeft de werkkwaliteiten van de verschillende apporterende hondenrassen te testen, zonder dat daarbij op wild wordt gejaagd en uitsluitend gebruik gemaakt wordt van dummy’s”.

Het allerbelangrijkst is dus dat de proeven op OWT praktijkgericht zijn, en alle proeven moeten zo zijn opgezet dat alle honden een eerlijke kans op goed werk kan worden geboden. Ook staat verderop te lezen dat “de factor geluk tot een minimum beperkt moet worden”. Dirigeren mag volgens de reglementen niet het uitgangspunt vormen tijdens een OWT, de honden worden beoordeeld op markeren, op initiatief tonen en zelfstandig werken. In de praktijk blijkt echter dat juist heel veel dirigeerwerk wordt gevraagd, veel meer dan op WT. Tijdens een OWT moet de hond in het ‘valgebied’ van de dummy zien te komen en moet daar door de voorjager gehouden worden. Er moet dus heel strak gedirigeerd worden.

Tijdens de OWT moeten de honden in alle klassen onaangelijnd worden voorgejaagd. Als ideaal wordt gezien dat honden met zo min mogelijk hulp en aanwijzingen vlot het apport oppakken en ook weer net zo vlot bij de voorjager brengen. Ook hier worden de honden die goed markeren en goed zelfstandig werken hoger worden gewaardeerd dan honden die op het apport gedirigeerd worden. Anders dan bij WT mogen bij OWT geen apporten gemist worden. Bij een gemist apport krijgt de hond dan ook een onvoldoende.

Er zijn verschillende soorten OWT:

  • Orweja Working Tests
  • Team Working Tests
  • Working Test Finale

Orweja Working Test: hieraan kun je als indiduele voorjager deelnemen. Bij deze OWT moeten vijf, niet gestandaardiseerde proeven afgelegd worden. Er kan sprake zijn van enkelvoudige, maar ook van meervoudige apporteerproeven. Het kan zijn dat na het voldoende afleggen van deze vijf proeven nog een extra proef moet worden afgelegd, bij wijze van barrage, maar de punten die tijdens de eerste proeven zijn behaald worden daar niet bij opgeteld.

Team Working Tests: dit zijn OWT waar je als team van drie combinaties kunt deelnemen. Bij alle af te leggen proeven moet door iedere hond in een combinatie een apport verricht worden. Meestal is dit een Internationale Working Test (IWT) die ieder jaar door een ander Europees land mag worden georganiseerd. De deelnemende honden op deze wedstrijden zijn allemaal honden uit de openklasse en elk team vertegenwoordigt een Europees land.

Working Test Finale: ieder jaar mag één van de OWT organiserende verenigingen (WTOV) een finalewedstrijd organiseren, mits zij in datzelfde jaar ook een gewone OWT hebben georganiseerd. Aan de finalewedstrijd mogen op uitnodiging combinaties deelnemen die in datzelfde seizoen als 1e, 2e of 3e zijn geëindigd op een OWT, ongeacht het niveau waarop zij deelnamen. Bij Working Test Finale kan op dezelfde drie niveaus worden deelgenomen als bij de ‘gewone’ OWT. Tijdens deze Working Test Finale moeten de honden vijf niet-gestandaardiseerde proeven afleggen, maar wanneer zij tijdens een van de eerste vier proeven een apport niet binnen gekregen hebben mogen zij de vijfde proef niet meer afleggen. De vijfde proef vormt daarmee als het ware een barrage tussen de beste honden.

Op een OWT kan in drie klassen worden ingeschreven:

  • Starterklasse
  • Noviceklasse
  • Openklasse

Voor de startersklasse dient de hond minimaal 9 maanden oud te zijn, maar niet ouder te zijn dan 30 maanden. Ook mag een hond maar maximaal twee jaar achtereen in de startersklasse worden ingeschreven. Wanneer de hond een keer als 1e, 2e of 3e geplaatst is geweest op een OWT, dan mag hij ook niet meer ingeschreven worden in de startersklasse. Ditzelfde geldt voor een hond die in de noviceklasse of openklasse een plaatsing of kwalificatie heeft behaald op een (apporteer)veldwedstrijd in Nederland of in het buitenland.

De noviceklasse is open voor honden vanaf 18 maanden. Als de hond eenmaal een 1e, 2e of 3e plaats heeft behaald in deze klasse, dan mag hij daarna niet meer in de noviceklasse worden ingeschreven. Ditzelfde geldt voor een hond die in de noviceklasse of openklasse een plaatsing of kwalificatie heeft behaald op een (apporteer)veldwedstrijd in Nederland of in het buitenland.

Alle honden van 18 maanden en ouder kunnen worden ingeschreven in de openklasse, dit is het hoogste niveau en wordt dan ook strenger gekeurd dan de starters- en noviceklasse. Ook honden die om welke reden dan ook niet meer in de lagere klassen mogen deelnemen moeten verplicht in de openklasse starten.

De voornaamste verschillen tussen WT en OWT zijn de reglementen, daarnaast worden de OWT strenger gekeurd en ook zijn de voorwaarden voor inschrijving strenger. De meeste OWT worden uitgeschreven voor retrievers, maar de laatste paar jaar zien we ook meer OWT voor staande honden georganiseerd worden.